skip to Main Content

Vanaf 1 januari wijziging wet WGBO

 Wijzigingen WGBO per 1 januari 2020

Per januari 2020 is de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo) gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen voor de praktijk zijn:

  1. een aanvulling van de informatieplicht;
  2. een langere bewaartermijn voor het medisch dossier;
  3. een wettelijk vastgelegd inzagerecht voor nabestaanden.

Hierna worden deze wijzigingen kort toegelicht.

  1. Aanvulling informatieplicht

De informatieplicht van de hulpverlener, zoals vastgelegd in artikel 7: 448 BW, wordt aangevuld met de verplichting tijdig overleg te voeren met de patiënt, op een wijze die past bij zijn bevattingsvermogen (lid 1). Dat impliceert dat een hulpverlener moet nagaan of de patiënt de verstrekte informatie ook heeft begrepen. Daarnaast is in de wet vastgelegd dat de hulpverlener de patiënt moet informeren over de mogelijkheid af te zien van behandeling en over behandeling door andere hulpverleners. Nieuw is ook dat de patiënt geïnformeerd moet worden over de termijn waarop onderzoeken en behandelingen kunnen worden uitgevoerd (lid 2). Dat betekent dat een hulpverlener de patiënt dus moet informeren over eventuele wachtlijsten. Tot slot is per 1 januari 2020 in de Wgbo opgenomen dat de hulpverlener zich op de hoogte stelt van de situatie en behoeften van de patiënt en dat de patiënt wordt uitgenodigd tot het stellen van vragen (lid 3).

De uitbreiding van de informatieplicht heeft tot doel de positie van de patiënt te versterken, waarbij de nadruk komt te liggen op het ‘samen beslissen’.

Tips voor de praktijk

Met de aanvulling van de informatieplicht wordt een goede dossiervorming nog belangrijker. U doet er goed aan in het medisch dossier zo uitvoerig mogelijk te noteren dat u met de patiënt – kort gezegd – hebt gesproken over het voorgestelde onderzoek en de voorgenomen behandeling, de risico’s daarvan, het te verwachten resultaat, de mogelijkheid om af te zien van behandeling en de termijn waarop de onderzoeken en behandeling zouden kunnen plaatsvinden. Ook is het verstandig dat uit het dossier blijkt dat de patiënt in de gelegenheid is gesteld om vragen te stellen (en dat deze zijn beantwoord).

Daarnaast is het advies om tijdig met een patiënt te bespreken (en in het dossier vast te leggen) of deze toestemming geeft aan zijn nabestaanden of wettelijk vertegenwoordigers om na zijn overlijden inzage te hebben in (een deel van) zijn medisch dossier.

Een goede dossiervoering maakt het bovendien eenvoudiger om zo nodig aan te kunnen tonen dat sprake is (geweest) van informed consent voor een bepaalde behandeling. Dit geldt temeer nu ook de medisch tuchtrechter steeds strenger lijkt te oordelen over de dossierplicht en steeds vaker concludeert “niet genoteerd is niet gedaan”.

  1. Langere bewaartermijn

De bewaartermijn van medische dossiers wordt verlengd van 15 naar 20 jaar (artikel 7:454 lid 3 BW). De bewaartermijn gaat pas lopen vanaf het moment dat de laatste wijziging in het dossier is aangebracht. Dit aanvangsmoment geldt voor alle medische gegevens in het dossier. Dat betekent dat sommige medische gegevens langer dan 20 jaar worden bewaard.

  1. Inzagerecht nabestaanden

Per 1 januari 2020 krijgen nabestaanden een wettelijk recht op inzage in het medisch dossier van de overleden patiënt. Met dit inzagerecht wordt een wettelijk uitzondering gemaakt op de geheimhoudingsplicht die de hulpverlener heeft ten opzichte van zijn patiënt.

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/rechten-van-patient-en-privacy/rechten-bij-een-medische-behandeling/rechten-en-plichten-bij-medische-behandeling

Back To Top