skip to Main Content
CHEMISCHE STOFFEN IN MOEDERMELK | Onderzoek RIVM

CHEMISCHE STOFFEN IN MOEDERMELK | Onderzoek RIVM

In 2014-2016 heeft een landelijk onderzoek plaatsgevonden naar het voorkomen van bepaalde chemische stoffen in moedermelk. Dit onderzoek werd, in opdracht van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) en het milieu programma van de Verenigde Naties (UNEP), binnen Nederland uitgevoerd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Publiekssamenvatting

POP’s in moedermelk van Nederlandse vrouwen Mensen staan hun leven lang via voedsel en het milieu bloot aan kleine hoeveelheden van zogeheten POP’s (Persistent Organic Pollutants/persistente organische verontreinigingen). Dit zijn door de mens gemaakte stoffen die heel langzaam afbreken, ophopen in het lichaam en giftig zijn. POP’s hopen op in bloed en vetweefsel en komen zo ook in moedermelk terecht.

Volgens het RIVM gaat het in Nederland over het algemeen om lage concentraties POP’s in moedermelk. Er zijn geen risico’s voor baby’s als ze via moedermelk aan deze stoffen blootstaan. Er is daarom geen aanleiding te stoppen met borstvoeding.

Ook blijkt dat de concentraties van POP’s in moedermelk de afgelopen decennia lager zijn geworden. Dat komt door internationale afspraken, vooral het POP-verdrag van Stockholm uit 2001, om het gebruik van deze stoffen te verbieden of alleen onder strenge voorwaarden toe te staan. Doordat de stoffen zo langzaam afbreken, komen ze nog steeds voor in het milieu. De concentratie POP’s in moedermelk is gemiddeld genomen pas na 5 tot 10 jaar gehalveerd.

POP’s kunnen onder andere vrijkomen in de industrie, bij verbrandingen of kunnen in gewasbeschermingsmiddelen zitten. Voorbeelden van POP’s zijn dioxines, PCB’s en gewasbeschermingsmiddelen als DDT en heptachloor.

Sinds 2009 staat ook PFOS op de POP-lijst vanwege de ongewenste eigenschappen van deze stof. Het is niet bekend of de hoeveelheid PFOS in moedermelk afneemt. Deze stof is namelijk in 2014 voor het eerst in het meetprogramma opgenomen.

Het RIVM heeft voor dit onderzoek in 2014 monsters moedermelk verzameld, die tussen 2014 en 2016 door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn geanalyseerd. De WHO meet sinds 1969 wereldwijd POP’s in moedermelk. Hierdoor kunnen ontwikkelingen in de concentratie van POP’s in moedermelk tussen landen en door de jaren heen worden vergeleken. De concentraties van POP’s in moedermelk van Nederlandse vrouwen zijn vergelijkbaar met die in andere Westerse landen.

Het RIVM beveelt aan om de concentraties van POP’s in moedermelk de komende jaren te blijven meten. Dan kan ook de concentratie van stoffen die later aan de lijst POP’s zijn toegevoegd, zoals PFOS en verwante verbindingen, in de gaten worden gehouden.

Meer informatie is te lezen via de website van het RIVM

Flyer moedermelk | RIVM | NVL
Back To Top